• Start
  • Wie zijn wij?
  • Training & Workshops
  • Therapie & Begeleiding
  • Kosten & vergoedingen
  • Contactgegevens
  • Login
Methoden
  • Coaching
  • Gesprekstherapie
  • Hypnotherapie
  • Regressietherapie
  • Neuro-Linguistisch Programmeren
  • Transactionele analyse
  • Rationeel-Emotieve therapie
  • Progressive Mental Alignment
  • Werken met afweermechanismen
  • EMDR
  • Mindfulness
  • IMET-Therapie
Lees meer
  • Hooggevoeligheid
  • Dwangstoornissen
  • Angststoornissen
  • Eetstoornissen
  • Identiteitsstoornissen
IMET-Licentie
Logo-IMET-Licentie.png
Home IMET-Therapie

Angst-, dwang-, eet- en identiteitsstoornissen

Psychoadvies heeft een samenwerkingsverband met de Stichting IMET (instituut voor Mentaal-Emotieve Training)

Stichting IMET is een therapeutisch instituut dat zich vooral toelegt op het behandelen van mensen met een angst-, paniek-, dwang-, identiteits- of eetstoornis. De oprichter Rob Zondag werd geïnspireerd door de behandelmethode van de Canadese psycholoog Peggy Claude Pierre. Hij heeft de methode verder ontwikkeld tot de huidige behandelmethode van Stichting IMET.

De meeste mensen die stichting IMET behandelt zijn hooggevoelig, zij zitten fundamenteel anders in elkaar dan de doorsnee mens, wat echter nooit bij hen ontdekt is. Ze ervaren bewust of onbewust dat ze niet gehoord, niet begrepen en niet gerespecteerd zijn.
Meestal is er sprake van aangeleerd gedrag dat niet aansluit op de persoonlijke oorspronkelijke kenmerken en kwaliteiten van de persoon. Hierdoor ontstaat verlies aan eigen identiteit, dat leidt tot angsten en compensaties.
De Mentaal-Emotieve Training richt zich op het herstel van de identiteit en op het hervinden van de oorspronkelijke eigen kwaliteiten. Angsten en compensatiegedrag zijn dan steeds minder nodig. Daarvoor in de plaats komen eigen gedrag en eigen doelen die beter aansluiten op het belevingssysteem van de persoon.


Hoe ontstaat een identiteitsstoornis?

Ieder mens krijgt bij zijn of haar geboorte kwaliteiten mee. Een aantal daarvan zijn herkenbaar als familietrekken en een aantal lijken door het kind zelf meegebracht te zijn. Het totaal aan kwaliteiten past meestal redelijk in de omgeving van de persoon.
Soms worden ook kinderen geboren die naast de familiekenmerken een aantal krachtige eigen kwaliteiten meebrengen. Vaak beleeft het kind de dingen veel genuanceerder; het ervaart veel meer details in zijn waarnemingen en voelt dingen haarscherp aan. Zolang deze kwaliteiten door de omgeving herkend en gestimuleerd worden om tot ontwikkeling te komen, zal het kind er door kunnen groeien. Zijn deze eigen kwaliteiten door de omgeving niet opgemerkt of gerespecteerd of kunnen ze niet tot ontwikkeling gebracht worden, dan ervaart het kind dit als een ontkenning van de eigenheid en eigenwaarde. Een opeenstapeling van onbegrip kan leiden tot vermindering aan zelfvertrouwen en vertrouwen in anderen. Hierdoor ontstaat een vermindering aan gevoel van veiligheid.
Om zich veilig te voelen zal het kind zal zich steeds meer gaan aanpassen aan wat de omgeving en de maatschappij van hem verwacht, ten koste van zijn eigen identiteit.

De kwaliteiten die door de opvoedende omgeving als niet relevant worden weergegeven, worden bij het kind niet verder ontwikkeld. Hierdoor zal het steeds verder van zijn eigen identiteit afdwalen, nog meer in verwarring raken en verstrikt raken in zijn denken en voelen. Het zal zich steeds minder begrepen voelen, in een isolement raken en steeds meer de overtuiging krijgen dat het niet oké is. De ander heeft macht over je en daar kun je niets aan doen. Dit proces vindt vooral plaats op onbewust niveau.

Mensen hebben een drang in zich die ervoor zorgt dat de aangeboren kwaliteiten in meer of mindere mate tot ontwikkeling kunnen komen. Bij sommige mensen kan deze drang erg sterk aanwezig zijn, het zal dan naar wegen zoeken om die aangeboren kwaliteiten toch te kunnen ontwikkelen. Als er in zijn omgeving geen ruimte is, ontstaat er en enorme tweestrijd , de ene kant de drang om zijn kwaliteiten tot ontwikkeling te bren-
gen en de andere kant het aanpassen aan wat er verwacht wordt.
Daardoor ontwikkelt het kind compensatiegedrag. Angsten, paniek, fobieën, negatief zelfbeeld, zelfbeschadiging, suïcidaal gedrag, oververantwoordelijk voelen, aanpassingsgedrag, afhankelijkheid, dwanggedachten of gedragingen, uithongering, overeten, woede en verslavingen zijn daar onderdeel van.

Angst

Angst is een mechanisme, waarbij bij fysiek gevaar een stresshormoon wordt afgescheiden (adrenaline en noradrenaline) dat dient om te kunnen vechten of vluchten. De eerste automatische reactie van het mechanisme(systeem) op een levensbedreigende situatie is een vluchtpoging. Deze vlucht betekent dat er op onbewust niveau geloof is, dat we kunnen ontkomen, dat er nog hoop is. Alleen bij fysiek gevaar is de angst reëel: alle andere angsten zijn irreëel.

Iedereen is wel eens bang of angstig. Bang zijn is een normale reactie op dreigend gevaar. Als dit gevaar reëel is dan is angst ook te begrijpen en aanvaardbaar.
Soms krijgen mensen angsten in situaties die bedreigend lijken, maar niet zijn, of waarbij de angst niet meer in verhouding staat tot het werkelijke gevaar. We noemen dit irreële angsten.
We kennen de angst voor mensen, dieren, grote of juist kleine ruimten, reizen, examens. Angst voor de toekomst, voor overheersing, studie, falen, slikken, overgeven, loslaten, verlaten worden en nog veel meer vormen.
Angst vreet aan je, het verlamt en veroorzaakt stress. Het maakt je machteloos en ontneemt je je zelfvertrouwen. Dit zorgt ervoor dat je de mensen, dieren, plekken en situaties die angst oproepen gaat vermijden. Vaak gaat het vermijdingsgedrag steeds een stapje verder. Het lijkt even te helpen omdat de angst weg blijft. Maar hiervoor betaal je wel een prijs omdat je steeds meer gaat opgeven. Bovendien houdt het vermijdingsgedrag jouw angst in stand en vermindert de kwaliteit van leven.
Het gevolg van het vermijdingsgedrag is dat je steeds slechter over jezelf gaat denken. Waarschijnlijk voel je je schuldig, een lafaard of dom wanneer je de beslissing hebt genomen om een bepaalde situatie te vermijden.
Angst kan iemands leven zo gaan overheersen, dat de persoon belemmerd kan worden bij het uitvoeren van de gewone dagelijkse taken of zelfs helemaal niets meer durft te doen.

De meest voorkomende angststoornissen zijn:

  • Gegeneraliseerde angststoornis
  • Sociale fobie
  • Paniekstoornis
  • Specifieke of enkelvoudige fobie
  • Dwangstoornis

Gegeneraliseerde angststoornis

Iemand met een gegeneraliseerde angststoornis maakt zich voortdurend erge zorgen over allerlei dingen uit het dagelijks leven, terwijl daar weinig aanleiding voor is. Vaak gebeurt dit onbewust. Je zit bijvoorbeeld steeds in angst over je werk, de kinderen, de vakantie, over wat je allemaal moet betalen of wat er in de toekomst zou kunnen gebeuren.

Op momenten dat de angst overheerst, kunnen de volgende klachten ontstaan:
  • hartkloppingen, transpireren, duizeligheid, beven;
  • hyperventilatie, benauwdheid, een vervelend gevoel in de borst;
  • tintelingen of een doof gevoel in handen en/of voeten;
  • misselijkheid of diarree;
  • het gevoel niet meer te weten wie of waar je bent.

Sociale fobie

De sociale fobie is een angst voor mensen. Hierbij staat centraal de angst door anderen te worden bekeken om vervolgens (kritisch) beoordeeld en veroordeeld te worden met gevolg gezichtsverlies of vernedering. Je bent voortdurend bang dingen fout te doen.
Bekende voorbeelden zijn angst voor spreken in het openbaar, angst om te blozen, angst om te gaan trillen.
Maar ook bestaat angst om met onbekenden in contact te komen, het woord tot iemand te richten, te telefoneren, steeds vanuit de angst iets te doen wat anderen raar zullen vinden. De angst voor contacten met andere mensen kan zover gaan dat je in het dagelijkse leven ernstig belemmerd wordt. Als je bijvoorbeeld de telefoon niet meer durft te pakken of bang bent bekenden tegen te komen op straat, kan dat leiden tot ernstige eenzaamheid. Je streeft er voortdurend naar gevreesde situaties te vermijden. De contacten om je heen worden steeds schaarser en de angst wordt steeds groter.

Paniekstoornis

Een paniekaanval is een plotselinge hevige schrik, die gepaard gaat met angstaanjagende lichamelijke verschijnselen. Bij meerdere onverwachte paniekaanvallen is er sprake van een paniekstoornis.
Deze aanvallen kunnen zomaar en overal zonder aanleiding optreden. Je denkt dat je dood gaat of dat je
gek wordt of dat je de controle over jezelf verliest op het moment van de aanval.
De angst voor zo’n aanval blijft bestaan en je zult ten koste van alles dit willen vermijden.

De verschijnselen, die kunnen optreden zijn:
  • Het gevoel dat je de controle over jezelf verliest, gek wordt of dood gaat.
  • Zweten, opvliegingen of koude rillingen, hartkloppingen, ademtekort, benauwd gevoel of hyperventilatie,
  • duizeligheid of gevoel flauw te vallen, gevoel te stikken, trillen of beven,
  • misselijkheid of raar gevoel in de maagstreek, pijn of vreemd gevoel in de borst,
  • doof gevoel of tintelingen in de ledenmaten, een wezenloos gevoel

Bij een paniekstoornis kun je last hebben van gedachten dat je een ziekte hebt of krijgt. We noemen dat hypochondrie. De klachten die bij een paniekstoornis horen zorgen ervoor dat je meermalen geruststelling zoekt bij artsen. Het antwoord dat er niets aan de hand is roept vaak meer angst en onzekerheid op. Je voelt het toch steeds.

Agorafobie

Oorspronkelijk betekent dit woord pleinvrees, maar de betekenis die er thans aan gegeven wordt is veel ruimer. Het betekent angst voor die plaatsen of situaties, waar je bang bent ernstige, acute lichamelijke klachten te krijgen, zoals een hartinfarct of flauwvallen, zonder weg te kunnen komen of hulp te krijgen.
Er ontstaat als het ware angst voor de angst. Het vermijden kan zulke vormen aannemen dat je tenslotte nergens meer naar toe durft, en zeker niet meer alleen. Slechts met behulp van een partner of anderen durf je soms nog buiten de deur te komen, omdat er dan bij klachten direct hulp mogelijk is.

Specifieke of enkelvoudige fobie

Bij een specifieke of enkelvoudige fobie bestaat een irreële angst voor één specifiek object of één specifieke situatie. Bekende voorbeelden zijn hoogtevrees, vliegangst, angst voor bepaalde dieren (zoals honden, katten, spinnen, slangen), angst voor bloed, injectienaalden enzovoort.
Bij deze fobie bestaat er zoveel angst voor een bepaald iets dat je het zoveel mogelijk vermijdt.
Het begint vaak al op kinderleeftijd.

Emetofobie:

Apart bespreken we de niet zo bekende emetofobie
Een emetofobie is een aanhoudende en irreële angst voor overgeven en/of anderen te zien overgeven.

Lichamelijke klachten bij een emetofobie:
  • misselijkheid;
  • maag- en/of darmklachten;
  • gewichtsverlies en/of ondergewicht.
Mogelijke psychische en gedragssymptomen:
  • angst voor en/of vermijden van bepaalde situaties en/of locaties (ziekenhuizen, huisarts, restaurants, openbaar vervoer, vliegtuigen);
  • angst voor en/of vermijden van voedsel, drank en/of medicijnen, met als gevolg bijvoorbeeld het overmatig controleren van houdbaarheidsdata;
  • angst voor en/of vermijden van virussen en bacteriën, met als gevolg dwanghandelingen op het gebied van hygiëne (overmatig handen wassen, overmatig wc’s schoon houden);
  • angst voor en/of vermijden van zwangerschap en/of het zorgen voor zieke kinderen;
  • angst voor en/of vermijden van plaatsen waar men niet weg kan, mocht men ziek worden.

Emetofobie wordt nog wel eens verward met anorexia nervosa of smetvrees:
Bij een emetofobie vermijd je eten uit angst voor misselijkheid en overgeven, terwijl bij anorexia nervosa de angst om dik te worden en de wens om af te vallen voorop staat.

Smetvrees (dwang): Bij een emetofobie zijn dwangmatige handelingen bedoeld om het risico op overgeven te verkleinen, terwijl bij smetvrees/dwangmatig schoonmaken het rituelengedrag breder is.

De paniekstoornis en de fobie kunnen apart voorkomen, maar fobieën gaan nogal eens gepaard met paniekaanvallen. Sommige mensen hebben last van meerdere fobieën tegelijkertijd. Als je een paniekaanval hebt gehad, ontstaat er angst voor een nieuwe paniekaanval. Deze angst is vaak zo groot dat je uit alle macht situaties probeert te vermijden, waarin je eerder een aanval hebt gehad.

Oorzaken van een angststoornis

In principe zijn er vier hoofdoorzaken die tot angst kunnen leiden:
  • één of meer traumatische gebeurtenissen,
  • een opeenstapeling van frustrerende gebeurtenissen,
  • bijzondere gevoeligheden voor prikkels, de hoog sensitive persoon
  • bijgeloof of het magische denken.

Vaak is het een combinatie van deze vier.

Vanuit de waarnemingen in de praktijk bij IMET, blijken omstandigheden waarin men opgroeit een rol te spelen bij niet-traumatische angststoornissen.
Veel angst en dwangstoornissen vinden hun oorsprong in een communicatiestoornis in het vroegste ontwikkelingsstadium van het kind.
Vaak beleeft het kind de dingen veel genuanceerder; ervaart het veel meer details in zijn waarnemingen dan de opvoeder. Het wil juist deze details communiceren, want daarin liggen meestal de accenten voor het kind. Het kind kan een bepaalde beleving met een specifieke kleur hebben, met een vorm of detail uit iets groters, die door de opvoeder niet of onvoldoende opgemerkt of gerespecteerd wordt. Het kind kan zich, door de herhaling van het uitblijven van een adequate reactie, onbegrepen gaan voelen. Een opeenstapeling van onbegrip kan leiden tot gebrek aan zelfvertrouwen en vertrouwen in anderen en daardoor een gebrek aan gevoel van veiligheid. Het lijkt erop dat persoonlijke en onbewuste voorkeuren, die bijvoorbeeld genetisch bepaald zijn of vanuit de opvoeding versterkt, de ‘keuze’ maken waarin de persoon zijn of haar compensaties vindt. Deze compensaties kunnen zich uiten als angsten al of niet gecombineerd met specifieke dwangmatigheden.


Dwangstoornissen

Ieder mens kent vaste gewoonten en routinehande­lingen waarvoor geen duidelijke noodzaak bestaat. Zo poetst iedereen zijn tanden op zijn eigen manier. Sommige mensen zitten meer vast aan gewoonten dan anderen. Sommige mensen zijn heel precies en rusten niet voor ze hun zaakjes perfect voor elkaar hebben. Bij voorbeeld een huisvrouw die poetst en boent tot alles glimt. Zoiets kan voor anderen overdreven overkomen, maar de persoon in kwestie kan er heel tevreden over zijn. Iedereen heeft zo zijn eigen normen over hoe netjes of hoe precies je moet zijn. Mensen hebben er geen last van en erva­ren het als iets dat bij hen hoort, het stoort hen niet bij het dagelijkse functioneren.

Wat is een dwangstoornis?

Het woord zegt het al: je moet iets. Kenmerkend voor dwang is dat je je gedwongen voelt bepaalde dingen te doen of te denken. Je voert, in het echt of alleen in gedachten, een soort ritueel uit, steeds op een bepaalde manier. Mislukt het ritueel dan word je gedwongen het over te doen. Het lijkt dan of een innerlijke dictator je leven beheerst. Je leven bestaat uit moeten, er lijkt geen keuzemogelijkheid meer te zijn.

Dwang zorgt voor een voortdurende angst dat je iets niet goed gedaan hebt, met in gedachten de vreselijkste gevolgen. Het blijft dan niet bij eenmaal terug gaan om te kijken of je de deur goed op slot hebt gedaan. Nee, je moet vele malen controleren of de deur wel goed dicht is en dan nog ben je er niet gerust op.

De gedachten die er mee gepaard gaan worden dwanggedachten(obsessies) genoemd, de handelingen die je moet verrichten heten dwanghandelingen(compulsies). Je kan alleen last hebben van dwanggedachten maar ze zijn vrijwel altijd gekoppeld aan dwanghandelingen. In plaats van dwanghandelingen kunnen er gedachten rituelen zijn.

Dwanggedachten(Obsessies)

Dwanggedachten zijn opdringerige ideeën, ge­dachten, beelden of impulsen die steeds terugkomen, ze zijn hardnekkig en je kunt ze maar niet kwijt raken. Mensen ervaren hun obsessies als raar en schamen zich er ook voor, ze veroorzaken onrust en veel angst.

Voorbeelden van dwanggedachten (obsessies)
  • Gedachten om besmet te raken(smetvrees), het idee dat je iets zal oplopen door contact met viezigheid, urine, ontlasting, bacteriën of vergif.
  • Gedachten om dingen niet netjes, niet precies, niet goed genoeg of niet perfect te doen.
  • Gedachten om grote rampzalige fouten te maken. Bijvoorbeeld de gedachte dat je de deur niet goed hebt afgesloten, de kachel niet uit hebt gedaan of een apparaat aan hebt laten staan, waardoor kortsluiting zou kunnen ontstaan.
  • Gedachten om anderen iets aan te doen.
  • Gedachten die met godslastering te maken hebben.
  • Gedachten aan seksueel geweld bedrijven

Dwanghandelingen(Compulsies)

Dwanghandelingen zijn rituele handelingen die volgen op de dwanggedachten. Ze worden bewust uitgevoerd om de angst die de vreemde gedachten oproepen te verminderen.
Gedachten rituelen(zoals tellen of zinnetjes herhalen) zijn rituelen in gedachten, die net als de dwanghandelingen bewust worden uitgevoerd en bedoeld zijn om de angst, opgeroepen door de dwanggedachten, te verminderen.

Als je de dwanghandelingen of gedachten rituelen niet, niet goed genoeg of onvolledig uitvoert, leidt dat weer tot angsten en spanningen.
Een ander belangrijk verschijnsel is dat je voorwerpen en/of situaties die de dwanggedachten kunnen oproepen gaat vermijden. Maar het kan gebeuren dat je het gevreesde, het onderwerp van de dwangge-dachten, eenvoudigweg niet kan vermijden. Bijvoorbeeld bij vrees voor besmetting zal je na het wassen van de handen de kraan moeten aan¬raken die anderen ook hebben aangeraakt.

Voorbeelden van dwangmatige handelingen of gedachten rituelen(compulsies)
  • Veelvuldig handen wassen(wasdwang) en schoonmaken(poetsdwang).
  • Heel precies en netjes zijn, tellen, alles steeds recht zetten tot het goed is. Dit kan vaak een langdurig proces zijn.
  • Alles verzamelen, bewaren, niets durven wegdoen.
  • Checken en eindeloos controleren(controledwang)en herhalen.
  • Situaties waarbij je iemand iets aan zou kunne doen vermijden, niet alleen durven te zijn met je kind.
  • Bidden, naar de kerk gaan.
  • Seks mijden in daden en gedachten

In de ergste vorm kan de dwangstoornis leiden tot een eindeloze cirkel van rituele gedachten of handelingen, waarvan je wel begrijpt dat het doen hiervan geen enkele zin heeft. Toch moet je het doen, Iets in je (wat we bij de stichting IMET de innerlijke dictator noemen)dwingt je hier toe. Als je het niet doet neemt de onrust en angst toe, dus is er maar één oplossing: het doen.

 

De therapeuten van Psychoadvies zijn aangesloten bij de beroepsvereniging NBVH

© 2010 Psychoadvies. Alle rechten voorbehouden.

Designed by Kairoos Producties.